ECLI:NL:RBARN:2008:BL8034
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke termijn voor heffingsrente bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte heffingsrente bij een voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2007. Zij stelde dat verweerder te lang had gewacht met het opleggen van de aanslag en dat de heffingsrente daarom onterecht was.
De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst een redelijke termijn moet hanteren voor het verwerken van verzoeken om voorlopige aanslagen. Een termijn van drie maanden wordt als redelijk beschouwd, conform het Besluit van 24 oktober 2001. Omdat verweerder de heffingsrente heeft beperkt tot deze periode, is het in rekening brengen daarvan niet in strijd met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
De rechtbank wijst erop dat heffingsrente bedoeld is ter compensatie van niet genoten rente en niet als sanctie. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente wordt ongegrond verklaard omdat de termijn van drie maanden voor het opleggen van de voorlopige aanslag redelijk is.