Uitspraak
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
12.Boete
3.Geschil
- eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar bezwaar tegen de naheffingsaanslag LB/PVV over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000,
- de naheffingsaanslagen LB/PVV over beide tijdvakken terecht en tot een juist bedrag zijn opgelegd en
- aan eiseres terecht en op juiste gronden boetes zijn opgelegd.
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag LB/PVV over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag LB/PVV over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000;
- verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslag LB/PVV over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 ongegrond;
- verklaart de beroepen tegen de boeteschikkingen gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar voorzover deze betrekking hebben op de boetes en vermindert de boetes tot € 14.632 (tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000) en € 38.729 (tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004);
- verklaart het bezwaar tegen de naheffingsaanslag LB/PVV over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 644, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;
- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 285 vergoedt.