ECLI:NL:GHARN:2010:BO3720
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbelasting naheffing en boete paardenhandelaar wegens niet toepassen anoniementarief
Belanghebbende, een paardenhandelaar, kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 2000 tot en met 2004, inclusief boetes en heffingsrente, vanwege het niet toepassen van het anoniementarief en betalingen aan een voormalige bedrijfsleider. De Inspecteur stelde vast dat legitimatiebewijzen en loonbelastingverklaringen ontbraken of te laat werden aangeleverd, waardoor het anoniementarief terecht werd toegepast.
Belanghebbende voerde aan dat de documenten zoekgeraakt waren bij haar accountant en dat de Inspecteur toezegde gebreken te accepteren, maar het Hof oordeelde dat dit niet aannemelijk was en dat het vertrouwen daarop niet gerechtvaardigd was. Daarnaast werd een afkoopsom aan de bedrijfsleider als loon aangemerkt, waarover geen loonheffing was ingehouden, wat opzettelijk was volgens het Hof.
De boete voor het tijdvak 2000 werd verminderd omdat onvoldoende bewijs was voor opzet of grove schuld omtrent het anoniementarief, maar de boete voor de afkoopsom bleef gehandhaafd. Het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard. Het Hof vernietigde deels de uitspraak van de Rechtbank, bevestigde deze voor het overige en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffing en boete deels, vermindert de boete over 2000 en verklaart het beroep tegen heffingsrente ongegrond.