ECLI:NL:RBARN:2009:BH0513
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.P. Heijmans
- F.H. de Vries
- M. Groverman
- Rechtspraak.nl
Geen recht op compensatie voor mislopen pensioenopbouw na beëindigingsovereenkomst
Eiser was werkzaam bij het hoogheemraadschap dat per 1 januari 2005 opging in het waterschap Rivierenland. Op 16 januari 2004 sloten partijen een overeenkomst over de beëindiging van het ambtelijk dienstverband, waarbij eiser eervol ontslag zou krijgen per 1 december 2007 onder de voorwaarde van toekenning van een FPU-uitkering. In deze overeenkomst werd een volledige netto pensioenopbouw gegarandeerd tot het moment van gebruik van de FPU-regeling en daarna tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
Eiser stelde dat hij gecompenseerd moest worden voor het mislopen van het zogenaamde Vendrik-effect, een fiscale regeling die het uitkeringspercentage van VUT- en prepensioenuitkeringen verhoogt naarmate men later uittreedt. De rechtbank stelde vast dat eiser geen recht had op toevoeging van de niet genoten FPU-uitkering aan zijn ouderdomspensioen en dat de overeenkomst geen garantie bevatte voor volledige pensioenopbouw alsof tot 65 jaar doorgewerkt was.
De rechtbank overwoog dat de uitleg van de overeenkomst niet alleen afhangt van de bewoordingen, maar ook van de redelijke verwachtingen van partijen. Het ontbreken van een uitdrukkelijke afspraak over compensatie voor het Vendrik-effect betekent dat verweerder niet gehouden is tot aanvullende compensatie. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op compensatie voor het mislopen van het Vendrik-effect.