ECLI:NL:RBARN:2009:BI2224
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad door overspel en verzwijging vaderschap
De man en vrouw waren gehuwd en kregen samen een zoon. Na beëindiging van hun geregistreerd partnerschap liet de man in 2006 een DNA-onderzoek verrichten waaruit bleek dat hij niet de biologische vader van zijn zoon was. Hij vorderde daarop een verklaring voor recht dat de vrouw onrechtmatig had gehandeld door overspel te plegen en hem de mogelijkheid te verzwijgen dat hij niet de biologische vader was, alsmede vergoeding van materiële en immateriële schade.
De rechtbank oordeelde dat de verplichting tot huwelijkstrouw een ideële, niet in rechte afdwingbare verplichting is en dat overspel op zichzelf niet leidt tot onrechtmatigheid jegens de echtgenoot. Ook het verzwijgen van het mogelijke niet-vaderschap werd niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat het een morele afweging betrof waarbij geen wettelijke plicht tot openheid bestaat. De man kon niet aannemelijk maken dat de vrouw rechtens gehouden was de waarheid te vertellen.
De rechtbank verwierp de stelling dat door het zwijgen het zelfbeschikkingsrecht van de man was geschonden en dat dit onrechtmatig was. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die dit oordeel zouden veranderen. Omdat geen onrechtmatige daad was vastgesteld, was er ook geen grondslag voor schadevergoeding. De vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat geen onrechtmatige daad is vastgesteld door overspel en verzwijging van het niet-biologisch vaderschap.