ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1352
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H.A.C.M. Bouwens
- E. Klein Egelink
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verwijtbare werkloosheid bij weigering re-integratie en WW-uitkering
Eiseres heeft een WW-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat zij weigerde mee te werken aan re-integratie. De werkgever had haar arbeidstherapeutisch werk aangeboden, maar eiseres verscheen niet op afspraken en gaf geen gehoor aan verzoeken tot contact.
Het UWV stelde dat eiseres hardnekkig weigerde redelijke opdrachten na te komen, wat een dringende reden voor ontslag zou zijn volgens artikel 7:678 BW Pro. De rechtbank oordeelt echter dat de enkele schending van artikel 7:660a BW, die de verplichting tot passende arbeid regelt, geen dringende reden voor ontslag oplevert, omdat de sanctie daarvoor het verval van loondoorbetaling bij ziekte is.
De rechtbank legt uit dat de beoordeling van verwijtbare werkloosheid aan strikte criteria moet voldoen en dat het ontslag op staande voet alleen gerechtvaardigd is bij een dringende reden die ook verwijtbaar is. Gezien de omstandigheden en jurisprudentie is het besluit van het UWV in strijd met artikel 24 van Pro de WW en wordt het vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en het betaalde griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.