ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6817
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op zelfstandigenaftrek voor vrouw in man-vrouw maatschap tandartsenpraktijk
De zaak betreft een geschil over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2001 tot en met 2003 en een aanslag over 2005, opgelegd aan eiseres die samen met haar echtgenoot een tandartsenpraktijk exploiteert in de vorm van een commanditaire vennootschap. De echtgenoot is gediplomeerd tandarts, terwijl eiseres geen tandartsopleiding heeft gevolgd. De rechtbank toetst of eiseres recht heeft op zelfstandigenaftrek en of verweerder beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder geen nieuw feit kende dat navordering rechtvaardigt en dat eiseres ondernemer is die voldoet aan het urencriterium. De kern van het geschil is of de werkzaamheden van eiseres hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn binnen het samenwerkingsverband, wat haar recht op zelfstandigenaftrek zou uitsluiten. De rechtbank beoordeelt de aard van haar werkzaamheden, waaronder leidinggeven, opleiding van tandartsen, controle en coaching, en stelt vast dat deze niet-ondersteunend zijn en meer dan 30% van haar tijd beslaan.
De rechtbank concludeert dat eiseres recht heeft op zelfstandigenaftrek en vernietigt de navorderingsaanslagen over 2001-2003 en vermindert de aanslag over 2005. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten. De vragen over het gebruikelijkheidscriterium en het vertrouwensbeginsel behoeven geen verdere behandeling.
Uitkomst: Eiseres heeft recht op zelfstandigenaftrek omdat zij meer dan 30% niet-ondersteunende werkzaamheden verricht binnen de tandartsenpraktijk.