ECLI:NL:HR:2008:AZ9096
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium en ongebruikelijk samenwerkingsverband in dierenartsenpraktijk
Belanghebbende, paraveterinair-verpleegkundige en echtgenote van een dierenarts, oefent sinds 1996 samen met haar echtgenoot een dierenartsenpraktijk uit in maatschapsverband. De belastingdienst legde haar voor 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende voldeed aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001, waarbij het Hof oordeelde dat haar werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren, conform de maatschapsovereenkomst, en dat het samenwerkingsverband ongebruikelijk was. Belanghebbende stelde dat zij ook niet-ondersteunende werkzaamheden verrichtte en dat het samenwerkingsverband niet ongebruikelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven over de begrippen 'hoofdzakelijk' en 'ondersteunende werkzaamheden' en dat de bewijslast voor het tegendeel bij belanghebbende lag. Tevens is het oordeel over het ongebruikelijke karakter van het samenwerkingsverband juist, gelet op de feitelijke maatstaf van niet-verbonden personen. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium en het samenwerkingsverband ongebruikelijk is.