ECLI:NL:RBARN:2009:BJ7734
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- F.M. Smit
- U. Tromp
- Rechtspraak.nl
Verhuur werkkamer aan eigen vennootschap geen economische activiteit, beroep vertrouwensbeginsel gegrond
De directeur-grootaandeelhouder (DGA) verhuurt een kamer in zijn privéwoning als werkkamer aan zijn eigen vennootschap, waarbij de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting oplegt. De rechtbank onderzoekt of de verhuur kwalificeert als een zelfstandige economische activiteit in de zin van artikel 4 van Pro de Zesde richtlijn en of het vertrouwensbeginsel aan naheffing in de weg staat.
De rechtbank stelt vast dat de DGA in dienstbetrekking is bij de vennootschap en dat de verhuurde werkkamer geen afgescheiden zelfstandig deel van de woning vormt, maar deel uitmaakt van zijn arbeidsvoorwaarden. Hierdoor ontbreekt de vereiste zelfstandigheid voor ondernemerschap voor de omzetbelasting. Dit oordeel wordt ondersteund door jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Tegelijkertijd oordeelt de rechtbank dat de Belastingdienst voorafgaand aan de opname van de DGA in de administratie de indruk heeft gewekt dat hij als ondernemer voor de omzetbelasting werd aangemerkt, zonder een duidelijk voorbehoud te maken. Dit gewekte vertrouwen kan niet achteraf worden teruggenomen, zodat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de naheffingsaanslagen en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke communicatie door de Belastingdienst bij het aangaan van fiscale verhoudingen.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting worden vernietigd wegens toepassing van het vertrouwensbeginsel.