ECLI:NL:RBARN:2009:BJ7867
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering aftrek verlies uit overige werkzaamheden bij verzorging moeder met PGB
Eiser verzorgt sinds 2003 zijn moeder, die een herseninfarct heeft gehad en 24-uurszorg nodig heeft, met een persoonsgebonden budget (PGB). Hij ontving een vergoeding van circa €200 per maand, maar de kosten van de verzorging en begeleidingsreizen overstijgen de ontvangen bedragen, waardoor hij een structureel verlies lijdt. Eiser heeft dit verlies van €1.837 in zijn belastingaangifte als resultaat uit overige werkzaamheden opgevoerd.
De Belastingdienst weigerde de aftrek van dit verlies, stellende dat geen sprake is van een bron van inkomen omdat geen positief resultaat te verwachten is en de kosten hoger zijn dan de opbrengsten. Eiser voerde aan dat de mantelzorg onbetaalbaar wordt zonder aftrek en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagt, omdat zijn broer en zus deels wel aftrek kregen.
De rechtbank oordeelt dat ondanks deelname aan het economische verkeer geen bron van inkomen aanwezig is omdat de activiteiten blijvend verliesgevend zijn en in de persoonlijke sfeer liggen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het Zorgkantoor en de Sociale Verzekeringsbank niet namens de inspecteur handelen. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de zus een hogere vergoeding ontvangt en geen blijvend verlies lijdt, en de broer onder een andere inspecteur valt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van het verlies af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van aftrek van het verlies uit overige werkzaamheden.