ECLI:NL:RBARN:2010:BM7001
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.F. Geerling
- M.C.G.J. van Well
- J.M.W. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling vestigingsplaats en werkelijke leiding beleggingsvennootschap
Eiseres, een beleggingsvennootschap, stelde dat haar werkelijke leiding per 1 juli 2001 was verplaatst naar de Nederlandse Antillen, waar Rabobank Trust als bestuurder was aangesteld. Verweerder stelde dat de feitelijke leiding nog steeds in Nederland lag, waardoor de resultaten vanaf die datum in Nederland belastbaar zijn.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor de verplaatsing van de werkelijke leiding bij eiseres lag en dat deze niet overtuigend had aangetoond dat de leiding daadwerkelijk was verplaatst. Uit de feiten bleek dat de aandeelhouder, woonachtig in Nederland, feitelijk de beschikkingsmacht had over het grootste deel van het vermogen, en dat belangrijke beleidsbeslissingen in Nederland werden genomen. Rabobank Trust voerde slechts beperkte werkzaamheden uit.
De rechtbank verklaarde het beroep voor 2002 ongegrond, maar voor 2001 en 2003 gegrond, waarbij het verlies voor 2001 werd verhoogd en de aanslag voor 2003 werd verminderd. Ook werd de heffingsrente over 2003 dienovereenkomstig aangepast. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een materiële toets bij de beoordeling van de vestigingsplaats van een vennootschap en benadrukt dat de feitelijke leiding moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete activiteiten en beslissingsbevoegdheden.
Uitkomst: De werkelijke leiding is niet verplaatst naar de Nederlandse Antillen; aanslagen vennootschapsbelasting 2001 en 2003 worden gecorrigeerd en proceskosten worden toegekend.