ECLI:NL:GHARN:2011:BU2111
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat feitelijke leiding vennootschap niet naar Nederlandse Antillen is verplaatst
Belanghebbende, een vennootschap opgericht naar Nederlands recht, stelde dat haar feitelijke leiding sinds 1 juli 2001 was verplaatst naar de Nederlandse Antillen, waardoor zij daar als inwoner moest worden aangemerkt voor de vennootschapsbelasting. De Inspecteur stelde dat de feitelijke leiding in Nederland bleef en dat de aanslagen correct waren vastgesteld.
De Rechtbank had het beroep voor 2001 en 2003 gegrond verklaard en voor 2002 ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof onderzocht of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de feitelijke leiding was verplaatst naar Curaçao. Het Hof concludeerde dat belanghebbende dit niet had gedaan, mede gelet op de actieve rol van de aandeelhouder en adviseur in Nederland en het beperkte zelfstandige bestuur van de directie op Curaçao.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast niet zwaarder was dan aannemelijk maken en dat het overgelegde activiteitenoverzicht onvoldoende was om de verplaatsing van de feitelijke leiding te staven. De aanslagen vennootschapsbelasting en heffingsrente werden daarom bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen vennootschapsbelasting worden bevestigd.