ECLI:NL:RBARN:2010:BM7045
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling directe confrontatie eis bij shockschade na moord op dochter
De rechtbank Arnhem heeft in deze civiele zaak geoordeeld over de vraag of eisers, ouders van een slachtoffer van een opzettelijke moord, recht hebben op vergoeding van shockschade. De rechtbank verwijst naar haar eerdere vonnis van 16 april 2008 en het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2009, waarin de criteria voor directe confrontatie bij shockschade zijn bevestigd en niet versoepeld.
Eisers stelden dat zij via media en strafprocedure geconfronteerd zijn met de gruwelijke details van de moord en verminking van hun dochter, en dat dit voldoende directe confrontatie oplevert. Gedaagden betoogden dat de confrontatie indirect was en dat de rechtbank onterecht de eis van directe confrontatie heeft versoepeld. De rechtbank oordeelde dat de ernst van de normschending (opzettelijke moord met voorbedachten rade) meebrengt dat minder strenge eisen aan de mate van directe confrontatie mogen worden gesteld.
De rechtbank bevestigt dat eisers rechtstreeks geconfronteerd zijn met de ernstige gevolgen van de moord, ook zonder versoepeling van de eis van directe confrontatie. De procedure wordt voortgezet met een deskundigenonderzoek naar de geestelijke schade, waarbij de kosten voorlopig ten laste van de gedaagden komen. Elke verdere beslissing wordt aangehouden totdat het deskundigenrapport is ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eisers rechtstreeks geconfronteerd zijn met de gevolgen van de moord en beveelt een deskundigenonderzoek naar shockschade.