ECLI:NL:RBARN:2010:BN2284
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag accijns wegens ontbreken feitelijke beschikkingsmacht over olie
Eiseres kocht 300 m3 gasolie van een Belgische leverancier (C), die de olie rechtstreeks leverde aan de Nederlandse afnemer (D), zonder dat de olie feitelijk bij eiseres kwam. Verweerder legde aan eiseres een naheffingsaanslag accijns op, stellende dat de accijns niet was betaald en dat eiseres de olie voorhanden had gehad volgens artikel 2b en 2f van de Wet op de accijns (WA).
Eiseres voerde aan dat zij geen feitelijke beschikkingsmacht over de olie had en dus niet belastingplichtig was. De rechtbank oordeelde dat het begrip 'voorhanden hebben' in de WA beperkt moet worden uitgelegd als feitelijke beschikkingsmacht, waarbij juridische macht of eigendom onvoldoende is. Uit de feiten bleek dat de olie buiten eiseres om werd geleverd en zij geen fysieke toegang tot de olie had.
Daarom was eiseres niet belastingplichtig voor de accijns en werd de naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns, boete en heffingsrente worden vernietigd omdat eiseres geen feitelijke beschikkingsmacht over de olie had.