ECLI:NL:RBARN:2010:BN7829
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- L.B.M. Klein Tank
- A.I. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrondverklaring tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar en vaststelling voortzettingswaarde successierecht
De rechtbank Arnhem heeft op 21 september 2010 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een bezwaar tegen een aanslag successierecht. Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaar wegens vermeende termijnoverschrijding, de kwalificatie van langlopende schulden en belastinglatentie als tegenprestatie in de zin van de Uitvoeringsregeling Successiewet 1956, en de berekening van de voortzettingswaarde van een onderneming.
De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar onterecht was, omdat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door de conserverende aanslag niet aan het domicilie-adres van de gemachtigde te sturen, waardoor sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Vervolgens heeft de rechtbank inhoudelijk geoordeeld dat langlopende schulden en belastinglatentie geen tegenprestatie vormen in de zin van artikel 7c van de Uitvoeringsregeling.
Ten aanzien van de voortzettingswaarde heeft de rechtbank de door eiser berekende waarde van €126.532 vastgesteld, omdat verweerder geen concrete berekening had overgelegd. De onbelaste en belaste geconserveerde waarden zijn vastgesteld op respectievelijk €290.306, €33.275 en €77.642. Verweerder is veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar ontvankelijk verklaard en de voortzettingswaarde vastgesteld op €126.532.