ECLI:NL:GHARN:2009:BI7470
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- A.J. Kromhout
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening bedrijfsopvolgingsfaciliteit en belastinglatentie in successierecht
Belanghebbende erfde een deel van een onderneming en maakte aanspraak op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in het successierecht. De Inspecteur legde een conserverende aanslag op, waarbij discussie ontstond over de berekening van de voortzettingswaarde en de verwerking van belastinglatentie over stille reserves.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de definitieve aanslag gegrond en vernietigde de conserverende aanslag, waarna de Inspecteur hoger beroep instelde en belanghebbende incidenteel hoger beroep. Het hof onderzocht onder meer de ontvankelijkheid van het hoger beroep, de toepassing van het rekenmodel voor de voortzettingswaarde, en de juiste toerekening van belastinglatentie.
Het hof oordeelde dat de conserverende aanslag formeelrechtelijk ontvankelijk is en dat het rekenmodel, gebaseerd op een ministerieel besluit, leidend is voor de voortzettingswaarde, waarbij langlopende schulden niet in mindering mogen worden gebracht. Tevens stelde het hof vast dat belastinglatentie naar evenredigheid moet worden toegerekend aan de verschillende delen van de geconserveerde waarde, en niet volledig 'aan de top'.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze naliet zelf de geconserveerde waarden vast te stellen. Het hof stelde deze waarden vast op lagere bedragen dan door de Inspecteur berekend en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond en stelt de geconserveerde waarden vast op lagere bedragen dan door de Inspecteur berekend.