ECLI:NL:RBARN:2010:BO8146
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- A.I. van Amsterdam
- A.P. Vaatstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van BPM-heffing en proceskostenvergoeding bij gebruikte auto met CO2-heffing
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de heffing van BPM over een gebruikte auto met CO2-heffing, stellende dat de Wet BPM in strijd is met artikel 110 van Pro het VWEU omdat ingevoerde gebruikte auto's mogelijk meer BPM betalen dan gelijksoortige reeds geregistreerde auto's. De rechtbank stelt vast dat met de invoering van artikel 10b Wet BPM per 1 januari 2010 een keuzemogelijkheid bestaat om het historische BPM-bedrag toe te passen, waardoor geen sprake is van hogere belasting voor ingevoerde gebruikte auto's.
De rechtbank overweegt dat de Wet BPM en de CO2-heffing geen strijd opleveren met artikel 110 VWEU Pro, mede omdat het systeem van voldoening op aangifte vereist dat belastingplichtigen zelf het juiste bedrag aangeven. De stellingen van eiser over eerdere jaren en verschillen in belastingdruk leiden niet tot strijdigheid met het VWEU.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door eigenhandig het BPM-bedrag in de aangifte te verhogen, wat aanleiding geeft tot vergoeding van de werkelijke proceskosten in de bezwaarfase. Voor de beroepsfase wordt geen vergoeding van werkelijke kosten toegekend, maar wel een forfaitaire vergoeding. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, behalve voor het deel over proceskostenvergoeding in bezwaar, en veroordeelt verweerder tot betaling van in totaal € 1.727 aan proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-heffing wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens eigenhandige aanpassing van de BPM-aangifte.