ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3558
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- S.W. van Osch-Leysma
- J.M.C. Schuurman-Kleijberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij nul-uren contracten
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiseres tegen boetes opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes betroffen het ontbreken van geldige tewerkstellingsvergunningen voor vier vreemdelingen die arbeid verrichtten op basis van nul-uren contracten.
Eiseres betoogde dat de arbeid van de Roemeense vreemdeling niet reëel en daadwerkelijk was, maar marginaal en bijkomstig, waardoor geen vergunningplicht zou gelden. De rechtbank oordeelde dat, gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geringe arbeid met vergoeding als reëel en daadwerkelijk kan worden aangemerkt. De arbeid werd dan ook als zodanig gekwalificeerd.
Daarnaast stelde eiseres dat de opgelegde boetes disproportioneel waren gezien de geringe omvang en duur van de werkzaamheden. De rechtbank verwierp dit en stelde dat verweerder terecht het boetenormbedrag als uitgangspunt nam en geen aanleiding zag tot matiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de boetes worden gehandhaafd.