ECLI:NL:RBARN:2011:BR1199
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid pandrecht en verkoop merkenrecht in faillissement Kinzo Trading
Kinzo Trading B.V. ging failliet na surseance van betaling. FCF had op basis van een factorovereenkomst een pandrecht gevestigd op de vorderingen van Kinzo Trading, waaronder btw-teruggaven op de Poolse fiscus en merkenrechten op de naam 'Kinzo'. De curator betwistte de geldigheid van het pandrecht op de Poolse vorderingen, stellende dat dit in strijd was met art. 47 Faillissementswet Pro (Fw) omdat FCF op de hoogte was van de faillissementsaanvraag.
De rechtbank overwoog dat art. 47 Fw Pro ruim moet worden geïnterpreteerd en ook de vestiging van zekerheidsrechten omvat. Vaststond dat FCF in april 2009 kennis had van de faillissementsaanvraag en dat de vraag wanneer het pandrecht op de Poolse vorderingen ontstond naar Pools recht moet worden beoordeeld. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid een legal opinion over Pools recht te overleggen.
Ten aanzien van het merkenrecht oordeelde de rechtbank dat art. 58 Fw Pro van toepassing is op het pandrecht op een merknaam. De curator was gerechtigd de merkrechten te verkopen na het stellen van een redelijke termijn aan FCF. FCF behoudt een recht van voorrang op de opbrengst, waarbij de algemene faillissementskosten in mindering worden gebracht. Verdere beslissingen over de nietigheid van de verpanding en proceskosten werden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering af, bevestigt het recht van voorrang van FCF op de opbrengst van het merkenrecht, en houdt verdere beslissingen aan.