ECLI:NL:RBARN:2011:BR4163
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens schending recht op advocaat bij verhoor verstandelijk beperkte verdachte
Een 23-jarige man uit Nijmegen werd verdacht van poging tot het dwingen van een 11-jarig meisje tot ontuchtige handelingen via een webcam. Tijdens het politieverhoor, waarbij verdachte niet was aangehouden, werd hij niet gewezen op zijn recht op een advocaat, ondanks zijn bekende verstandelijke beperking. De rechtbank oordeelde dat dit een schending van artikel 6 EVRM Pro vormde en dat de verklaring van verdachte daardoor uitgesloten moest worden van het bewijs.
De verdediging voerde aan dat verdachte, vanwege zijn geestelijke beperking en de aard van het delict, als bijzonder geval moest worden beschouwd waarbij het recht op consultatie van een advocaat ook vóór het eerste verhoor geldt. De rechtbank volgde dit standpunt en concludeerde dat de verklaring van verdachte niet als wettig bewijs kon dienen.
Gezien het ontbreken van ander overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit. Om proceseconomische redenen werd niet ingegaan op overige verweren. De uitspraak benadrukt het belang van het recht op rechtsbijstand, zeker bij kwetsbare verdachten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting van zijn verklaring door schending van het recht op advocaat tijdens verhoor.