ECLI:NL:RBARN:2011:BS8900
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fiscale voorziening en aansprakelijkheid boekhouder bij fraude
Eiser, een boekhouder met een administratiekantoor, vormde een voorziening van €2 miljoen voor mogelijke aansprakelijkheid wegens betrokkenheid bij grootschalige fraude en valsheid in geschrifte. Verweerder corrigeerde deze voorziening, omdat het handelen van eiser zo onverantwoord was dat het niet langer als beroepsuitoefening kon worden beschouwd.
De rechtbank stelt vast dat de onderneming van eiser per 1 januari 2006 is ingebracht in een BV en dat de aansprakelijkheidsverplichtingen die voortvloeien uit de fraudeschade niet als resultaat uit overige werkzaamheden bij eiser kunnen worden verantwoord, maar op de balans van de vennootschap behoren te staan. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en oordeelt dat de gedragingen niet meer binnen de beroepsuitoefening vallen.
Wel erkent de rechtbank dat in 2006 al sprake was van een juridisch afdwingbare en voldoende bepaalbare schuld, en stelt deze, rekening houdend met het procesrisico, vast op €750.000. De beroepen tegen de navorderingsaanslagen 2003-2005 en de aanslag Zvw 2006 worden ongegrond verklaard, het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2006 wordt gegrond verklaard en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 6 september 2011.
Uitkomst: Beroep tegen aanslag IB/PVV 2006 gegrond, voorziening gecorrigeerd en schuld vastgesteld op €750.000; overige beroepen afgewezen.