ECLI:NL:RBARN:2011:BU5257
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- M.C.G.J. van Well
- M.J.A. Castelijn
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering verliesverrekening inkomstenbelasting 2006
Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2006 een verlies uit resultaat uit overige werkzaamheden opgevoerd van €80.561,38, bestaande uit vorderingen op een derde uit 1985. De inspecteur heeft dit verlies geweigerd omdat het niet terug te leiden is tot een belastbare bron van inkomen en niet aannemelijk is dat dit ooit tot het inkomen van eiser heeft behoord.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het verlies verband houdt met een eerdere bron van inkomen en of de inkomsten daaruit eerder in de belastingheffing zijn betrokken. De rechtbank oordeelt dat de vorderingen en kascheque vermogensbestanddelen zijn die tot het privévermogen van eiser behoren en niet tot een bron van inkomen. De vergoeding voor werkzaamheden in 1985 is nooit tot het genoten inkomen gerekend omdat eiser al in 1985 wist dat de vordering oninbaar was.
De rechtbank concludeert dat het verlies niet als kosten in aftrek kan worden gebracht in 2006. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verliesverrekening in de inkomstenbelasting 2006 wordt ongegrond verklaard.