ECLI:NL:RBARN:2011:BU6173
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006 wegens vermeende uitdeling en resultaat overige werkzaamheden
Eiser en zijn echtgenote kochten in 2000 en 1998 twee panden met verontreinigde grond, die later werden gesaneerd en waarvoor bouw- en sloopvergunningen werden verkregen. In 2006 verkocht eiser het pand aan zijn vennootschap voor € 775.000, waarna het pand werd verbouwd. Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV op voor 2006, met een belastbaar inkomen uit werk en woning verhoogd met € 127.711 als resultaat uit overige werkzaamheden, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 275.000 wegens een vermeende uitdeling, een vergrijpboete en heffingsrente.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verkoopprijs onzakelijk was; de taxatierapporten en WOZ-waarden ondersteunen de verkoopprijs van € 775.000. Ook is niet bewezen dat eiser meer dan normaal vermogensbeheer heeft verricht; zijn betrokkenheid bij de sanering was beperkt tot controlewerkzaamheden. De bouwvergunningen en sloopvergunningen werden verkregen met het oog op bewoning door eiser zelf, die uiteindelijk afzag van verhuizing.
Daarom vernietigt de rechtbank de navorderingsaanslag, de vergrijpboete en de heffingsrentebeschikking. Tevens veroordeelt zij verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, vergrijpboete en heffingsrente worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van resultaat uit overige werkzaamheden en onzakelijke verkoopprijs.