Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
1.Ontstaan en loop van het geding
- voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag (gedagtekend op 9 mei 2009 en met aanslagnummer [000].H.47) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.969, alsmede bij beschikking een boete van € 3.660. Tevens is bij beschikking € 1.257 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2005 een navorderingsaanslag (gedagtekend op 9 mei 2009 en met aanslagnummer [000].H.57) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.587, alsmede bij beschikking een boete van € 2.074. Tevens is bij beschikking € 563 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2006 een navorderingsaanslag (gedagtekend op 12 mei 2009 en met aanslagnummer [000].H.67) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 62.073, alsmede bij beschikking een boete van € 3.462. Tevens is bij beschikking € 847 aan heffingsrente in rekening gebracht.
2.Feiten
- maandag tot en met vrijdag van 15.00 uur tot 22.00 uur;
- zon- en feestdagen van 12.00 uur tot 22.00 uur.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB/PVV 2003, 2005 en 2006, de bijbehorende beschikkingen heffingsrente en boetebeschikkingen;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2004 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 44.799;
- vermindert de heffingsrente 2004 dienovereenkomstig;
- vermindert de boete 2004 tot € 1.905;
- vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting 2003 en de bijbehorende beschikking heffingsrente;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting 2004 tot en met 2006 tot een bedrag van € 269;
- vermindert de heffingsrente betrekking hebbend op OB 2004 tot en met 2006 dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikkingen omzetbelasting;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 3.070;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van twee maal € 41, dus € 82, vergoedt.