ECLI:NL:RBARN:2012:BW0416
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- G.H.W. Bodt
- J.M.W. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling premieplicht volksverzekeringen voor rijnvarende kapitein werkzaam op Luxemburgse exploitant
Eiser, een Nederlandse kapitein werkzaam in loondienst op een motortankschip dat onder de Rijnvaart valt, betwistte de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen over 2003. De rechtbank onderzocht of eiser als rijnvarende onder het Rijnvarendenverdrag valt en wie als exploitant van het schip moet worden aangemerkt.
De rechtbank bevestigde dat eiser als rijnvarende moet worden aangemerkt, waarbij het schip mede in de Rijnvaart werd gebruikt. De door Zwitserse autoriteiten afgegeven E-101 verklaring werd niet relevant geacht omdat uitsluitend het Rijnvarendenverdrag van toepassing is. De kernvraag was wie de exploitant van het schip was: de eigenaar in Nederland of een in Luxemburg gevestigde onderneming [G] SA.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij verweerder lag en dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd dat de Nederlandse eigenaar de exploitant was. De Luxemburgse onderneming [G] SA werd daarom als exploitant aangemerkt. Hierdoor was op eiser de sociale zekerheidswetgeving van Luxemburg van toepassing en niet die van Nederland, wat leidde tot vrijstelling van de premieplicht in Nederland.
Daarnaast werd de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2003 verminderd tot nihil premie-inkomen.
Uitkomst: Eiser is vrijgesteld van premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen over 2003 omdat de exploitant van het schip in Luxemburg is gevestigd.