ECLI:NL:RBARN:2012:BW7290
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering onroerende zaak wegens niet voorzienbare beëindiging huurovereenkomst per 2006
Eiseres, een vastgoedbeheerder, had de onroerende zaak in 2004 verworven en wilde voor het jaar 2006 een afwaardering van de bedrijfswaarde toepassen wegens vermeende beëindiging van de huurovereenkomst met de Rijksgebouwendienst (RGD). De RGD had de huur formeel opgezegd per 31 mei 2008, maar eiseres stelde dat dit al per 31 december 2006 voorzienbaar was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen tijdige aangifte vennootschapsbelasting over 2006 had ingediend, waardoor een ambtshalve aanslag werd opgelegd. Tijdens de bezwaarprocedure diende eiseres alsnog een aangifte in met een afwaardering van € 3.556.513, ondersteund door taxatierapporten uit 2011. Verweerder accepteerde deze afwaardering niet.
De rechtbank beoordeelde dat de interne memo over gesprekken met de RGD in oktober 2006 onvoldoende bewijs bood dat de beëindiging van de huurovereenkomst op balansdatum voorzienbaar was. De gesprekken waren gericht op verlenging onder voorwaarden, en de formele opzegging volgde pas in april 2007. Hierdoor was afwaardering per 2006 niet gerechtvaardigd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de heffingsrente en boete terecht waren opgelegd, omdat eiseres geen afzonderlijke gronden tegen deze beschikkingen had aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de afwaardering van de onroerende zaak per 2006 wordt ongegrond verklaard.