ECLI:NL:RBARN:2012:BW9938
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimtes wegens dringend eigen gebruik voor renovatie
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder Becedo Vastgoed B.V. en huurder over de beëindiging van huurovereenkomsten van twee bedrijfsruimtes. Becedo vorderde beëindiging van de huur op grond van dringend eigen gebruik in verband met een ingrijpende renovatie die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is. Huurder voerde verweer en stelde tevens vorderingen in reconventie wegens onrechtmatig handelen en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat Becedo aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van dringend eigen gebruik in de zin van artikel 7:296 lid 1 sub b BW Pro, omdat renovatie noodzakelijk is en het gehuurde duurzaam persoonlijk in gebruik zal worden genomen. De belangenafweging van artikel 7:296 lid 3 BW Pro behoefde niet te worden toegepast. De huurovereenkomsten werden rechtsgeldig opgezegd en beëindigd per respectievelijk 30 juni 2013 en 31 augustus 2015.
De gevraagde voorlopige voorziening tot ontruiming werd afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De vorderingen van huurder tot schadevergoeding wegens het dichtspijkeren van ramen en deuren en wegens afbraak in het algemeen belang werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gemotiveerd verweer van Becedo. De gevorderde tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten werd eveneens afgewezen. Huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomsten worden beëindigd wegens dringend eigen gebruik en huurder wordt veroordeeld tot ontruiming per de aangegeven data.