Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 2.007,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak huurt [appellant] twee bedrijfsruimten van Becedo Vastgoed B.V., die deze wil beëindigen wegens dringend eigen gebruik voor een ingrijpende renovatie en herontwikkeling van het pand en omgeving. Becedo heeft de huurovereenkomsten opgezegd en vordert beëindiging en ontruiming, terwijl [appellant] schadevergoeding en tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten vordert.
De kantonrechter heeft de huurovereenkomsten beëindigd en ontruiming bevolen per de overeengekomen data, maar geen uitvoerbaar bij voorraad verklaring gegeven. Ook wees hij de schadevergoedingsvorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing en causaal verband. Het hof bevestigt deze uitspraken en oordeelt dat Becedo aannemelijk heeft gemaakt dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor renovatie, die als persoonlijk gebruik geldt. De belangenafweging vindt plaats op grond van artikel 7:296 BW Pro.
Het hof wijst de grieven van [appellant] af, waaronder het verzoek tot aanhouding wegens wetsvoorstel, het betwisten van dringend eigen gebruik, en de vorderingen tot schadevergoeding en verhuisvergoeding. Ook de gevorderde voorlopige ontruiming wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang ontbreekt en het belang van [appellant] bij voortzetting van zijn onderneming prevaleert. De proceskosten worden verdeeld zoals in het arrest vermeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de huurovereenkomsten beëindigt wegens dringend eigen gebruik en wijst de schade- en verhuisvergoedingen af.