ECLI:NL:RBARN:2012:BX0723
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen stichting en medewerkers
Stichting [X], onderdeel van de geloofsgemeenschap [G], verrichtte werkzaamheden met circa 700 medewerkers die allen lid zijn van deze gemeenschap. Hoewel medewerkers afstand deden van loon en dit werd doorbetaald aan Stichting [I], oordeelde de rechtbank dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dus een loonbetalingsverplichting.
De rechtbank stelde vast dat ondanks het ontbreken van schriftelijke arbeidsovereenkomsten, de feitelijke omstandigheden en afspraken, waaronder de vrijwilligerspas en de notariële akte, duiden op overeenkomsten tussen stichting en medewerkers. De medewerkers verrichten werkzaamheden tegen een vergoeding die door Stichting [X] werd gefactureerd en die vervolgens aan Stichting [I] werd doorbetaald.
Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan haar administratieplicht en dat de bewijslast daarom moest worden omgekeerd en verzwaard. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat de schending van de administratieplicht de omkering van de bewijslast rechtvaardigt. De naheffingsaanslag werd gebaseerd op een redelijke schatting van het belastbare loon, waarbij de omzet en een kostenpercentage van 10% werden gehanteerd.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de overgangsperiode van ruim twee maanden voldoende was om aanpassingen te doen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde de naheffingsaanslag tot € 389.880. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot € 389.880 en het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard.