ECLI:NL:RBARN:2012:BY1678
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt kennelijk onredelijk ontslag wegens onvoldoende herplaatsingsinspanningen werkgever
De werknemer, sinds 1978 in dienst bij de rechtsvoorganger van VBT en later bij VBT zelf, werd ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. De werkgever had onvoldoende inspanningen geleverd om de werknemer, die een belangrijke positie binnen de organisatie had en 61 jaar oud was, binnen de organisatie te herplaatsen. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de gevolgen voor de werknemer te ernstig waren in verhouding tot de belangen van de werkgever.
De werknemer vorderde een schadevergoeding van €150.000 wegens inkomens- en pensioenschade. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer deels elders werk had gevonden en een WW-uitkering ontving, waardoor de schade lager werd begroot. Tevens werd rekening gehouden met een hypothetische situatie waarin de werknemer een lager betaalde functie bij VBT had behouden. Op basis hiervan werd de schadevergoeding vastgesteld op €30.000 bruto.
De werkgever voerde aan dat haar financiële situatie geen vergoeding toeliet, maar dit verweer werd verworpen omdat uit de financiële gegevens bleek dat er ruimte was voor een eenmalige betaling. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van €30.000 bruto, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is en veroordeelt de werkgever tot betaling van €30.000 bruto schadevergoeding.