ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1688
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van een werknemer na ruim 28 jaar dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid kennelijk onredelijk was. De werknemer werd overgeplaatst en had te maken met fysieke en psychische klachten, waaronder een hernia en overspannenheid na een bedreiging op de werkplek. Impress, de werkgever, had onvoldoende inspanningen verricht om de re-integratie te bevorderen en het arbeidsconflict met de werknemer op te lossen.
De kantonrechter kende een schadevergoeding toe van €62.500, maar het hof stelde vast dat de primaire grond voor het ontslag – langdurige arbeidsongeschiktheid – gerechtvaardigd was en dat er geen sprake was van een valse reden. Wel oordeelde het hof dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor de werknemer, mede door het falen van Impress in haar re-integratieverplichtingen en het niet oplossen van het arbeidsconflict.
De schadevergoeding werd berekend met de XYZ-formule, waarbij het aantal gewogen dienstjaren, het laatstverdiende salaris en een correctiefactor werden meegenomen. Het hof stelde de vergoeding vast op €40.500 bruto, lager dan het door de kantonrechter toegekende bedrag. Tevens werd de werknemer veroordeeld tot terugbetaling van €22.000 aan Impress, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden verdeeld waarbij Impress in de helft van de kosten in hoger beroep werd veroordeeld.
Uitkomst: Het ontslag is kennelijk onredelijk wegens tekortschietende re-integratie en arbeidsconflict, met een schadevergoeding van €40.500 bruto en terugbetaling van €22.000 door werknemer.