ECLI:NL:RBARN:2012:BY6911
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag huishoudelijke hulp op grond van Wmo wegens voldoende zelfredzaamheid en eigen financiële draagkracht
Mevrouw [naam] vroeg huishoudelijke hulp aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente Nijmegen wees de aanvraag af met het argument dat huishoudelijke hulp gezien het inkomen en vermogen van mevrouw als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, en subsidiair dat zij de kosten zelf kan dragen vanwege haar keuze voor een duur wooncomplex.
De rechtbank oordeelt dat het begrip 'algemeen gebruikelijk' niet mag worden gebruikt als een impliciete inkomens- en vermogenstoets bij het toekennen van Wmo-voorzieningen, omdat dit niet in de wet is toegestaan. Wel acht de rechtbank mevrouw voldoende zelfredzaam om de beperkingen op te heffen door zelf huishoudelijke hulp in te schakelen en te financieren.
De rechtbank verwijst naar de toelichting op de Wmo en de gemeentelijke verordening, waarin het draagkrachtprincipe is verankerd en zelfredzaamheid mede betrekking kan hebben op het inzetten van eigen financiële middelen. Uit de gedingstukken blijkt dat mevrouw over voldoende financiële middelen beschikte en dat huishoudelijke hulp via het wooncomplex werd geboden, waarvoor zij zelf betaalde.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat de gemeente geen compensatieplicht heeft en verklaart het beroep ongegrond. De erven van mevrouw zetten de procedure voort na haar overlijden, waarbij het procesbelang wordt erkend omdat een persoonsgebonden budget als compensatie mogelijk is.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 18 december 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard omdat de aanvrager voldoende zelfredzaam is en eigen financiële middelen kan inzetten.