ECLI:NL:RBARN:2012:BY8253
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ziekenhuis niet aansprakelijk voor amputatie na medische delay bij verkeersongeval
Op 6 juli 1994 raakte eiser betrokken bij een motorongeval waarbij hij ernstig letsel opliep, waaronder arterieel vaatletsel aan het rechteronderbeen. Het ziekenhuis Gelderse Vallei stelde de diagnose vaatletsel niet tijdig vast, waardoor een verwijtbare vertraging in de behandeling ontstond. Eiser werd overgebracht naar het Radboud ziekenhuis Nijmegen waar een operatie plaatsvond, maar uiteindelijk moest het rechteronderbeen op 14 juli 1994 worden geamputeerd.
Eiser vorderde dat het ziekenhuis aansprakelijk werd gesteld voor de schade als gevolg van deze medische kunstfout, stellende dat het delay heeft geleid tot amputatie of ten minste tot het verlies van een 50% kans op behoud van het onderbeen. Deskundigen concludeerden dat hoewel het delay verwijtbaar was, het niet aannemelijk was dat zonder deze vertraging amputatie voorkomen had kunnen worden. De kans op behoud van het been was door de aard en duur van het letsel zeer gering.
De rechtbank oordeelde dat er geen causaal verband (condicio sine qua non) bestond tussen het verwijtbare delay en de amputatie. De kans op behoud van het onderbeen was, mede door bijkomend zenuwletsel en een langdurige ischaemie, zeer klein. Daarom was onvoldoende grond voor schadevergoeding. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat geen causaal verband bestaat tussen het verwijtbare delay en de amputatie; de kans op behoud van het onderbeen was zeer gering.