ECLI:NL:RBASS:2000:AA9056
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking drankvergunning wegens aanwezigheid cocaïne in horecabedrijf
Eisers exploiteren het horecabedrijf Bar Dancing Lord Nelson te Coevorden. Na een politieonderzoek op 28 mei 1999 werd bij een inval ongeveer 15 gram cocaïne aangetroffen bij verschillende personen en op diverse plaatsen in het bedrijf. Burgemeester en Wethouders (B&W) van Coevorden besloten daarop de drankvergunning van eisers per 14 juli 1999 terstond in te trekken wegens gegronde vrees voor gevaar voor de openbare orde op grond van artikel 31 van Pro de Drank- en Horecawet (DHW).
Eisers stelden dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat het sepot van het Openbaar Ministerie aantoont dat handel in drugs niet vaststaat. Zij voerden ook aan dat de intrekking disproportioneel is en verwezen naar jurisprudentie en het proportionaliteitsbeginsel. Verweerder stelde dat het bestuursorgaan niet gebonden is aan het oordeel van het Openbaar Ministerie en dat de vergunning terecht is ingetrokken vanwege het gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht is gebaseerd op de processen-verbaal en verklaringen van de politie, waaruit blijkt dat cocaïne in handelsvoorraad aanwezig was in het horecabedrijf. De aanwezigheid van harddrugs in een horecabedrijf rechtvaardigt de vrees voor gevaar voor de openbare orde, waardoor de drankvergunning onvoorwaardelijk en terstond moest worden ingetrokken. De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten en schade af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de drankvergunning wordt ongegrond verklaard.