ECLI:NL:RBASS:2011:BQ6358
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- B.I. Klaassens
- J.M.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij beperkt tot periode na 1 januari 2006
De rechtbank Assen heeft op 27 mei 2011 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij het telen en verkopen van hennep. Het Hof Leeuwarden had veroordeelde veroordeeld voor het telen van hennep in de periode van 1 januari 2006 tot 5 september 2006, waarbij hij van eerdere perioden en bepaalde feiten was vrijgesproken. De rechtbank paste het arrest Geerings toe en beperkte de ontnemingsvordering tot de bewezen verklaarde periode en feiten.
De rechtbank schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op 2.679.614 euro, gebaseerd op een oogst van circa 43.678 planten met een opbrengst van 30 gram per plant tegen een kiloprijs van 2.370 euro. Vervolgens werden investeringskosten van 48.176 euro, variabele kosten van 192.183 euro, personele kosten van 146.175 euro, elektriciteitskosten van 10.872 euro en huurkosten van 27.680 euro in mindering gebracht.
De rechtbank wees het beroep van veroordeelde af dat het voordeel verdeeld moest worden met medeverdachten, omdat hij de leiding had en het voordeel volledig aan hem toerekenbaar was. Tevens erkende de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vier jaar en verlaagde het ontnemingsbedrag met 10.000 euro als billijke compensatie.
De rechtbank legde op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op aan veroordeelde om 2.669.614 euro aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsverplichting van 2.669.614 euro op aan veroordeelde wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt in 2006.