ECLI:NL:RBBRE:2005:AU4253
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.M. Wouters
- J.P.M. Zeijen
- P.H.J.G. Römers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing langdurigheidstoeslag wegens verboden onderscheid WAO-uitkering
Eiseres, die sinds 1990 een gedeeltelijke WAO-uitkering ontvangt aangevuld met een IOAW-uitkering tot bijstandsniveau, vroeg een langdurigheidstoeslag aan. Verweerder wees dit af omdat eiseres inkomsten in verband met arbeid had ontvangen, wat volgens artikel 36 Wwb Pro een uitsluitingsgrond is.
De rechtbank overwoog dat het onderscheid tussen minima met een gedeeltelijke WAO-uitkering en anderen zonder dergelijke uitkering, die feitelijk geen arbeidsmarktperspectief hebben, een verboden onderscheid vormt op grond van artikel 26 IVBPR Pro. De parlementaire geschiedenis en wetsgeschiedenis tonen aan dat de langdurigheidstoeslag bedoeld is voor mensen zonder arbeidsmarktperspectief, ongeacht of zij een gedeeltelijke WAO-uitkering ontvangen.
Hoewel de letter van de wet tot afwijzing leidt, is dit in strijd met het verbod op discriminatie. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarde dat geen inkomsten in verband met arbeid zijn ontvangen buiten toepassing moet worden gelaten in het geval van eiseres. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed, maar proceskosten worden niet toegewezen omdat daarvoor geen grond is gevonden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Breda op 13 oktober 2005.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd vanwege verboden onderscheid en eiseres krijgt recht op een nieuw besluit.