ECLI:NL:CRVB:2006:AY0173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Ongeoorloofd onderscheid bij langdurigheidstoeslag tussen bijstandsgerechtigden en gedeeltelijke WAO-uitkeringsontvangers
Betrokkene vroeg op 13 juli 2004 een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de WWB, maar deze werd geweigerd omdat zij een gedeeltelijke WAO-uitkering ontving. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het onderscheid tussen bijstandsgerechtigden en gedeeltelijke WAO-uitkeringsontvangers in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de wetgever de beoordelingsmarge heeft overschreden door aan te nemen dat personen met een gedeeltelijke WAO-uitkering altijd arbeidsmarktperspectief hebben, terwijl hiervoor geen bewijs is dat zij gemakkelijker werk vinden dan bijstandsgerechtigden. Dit onderscheid is niet geschikt en evenredig om het doel van de regeling te bereiken.
De Raad acht de doelstelling van artikel 36 WWB Pro, inkomensondersteuning te bieden aan langdurig minima zonder arbeidsmarktperspectief, aanvaardbaar, maar het criterium voor uitsluiting van gedeeltelijke WAO-uitkeringsontvangers onrechtmatig. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant heeft inmiddels uitvoering gegeven aan de uitspraak door betrokkene de toeslag toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het onderscheid in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, WWB onrechtmatig is.