ECLI:NL:RBBRE:2005:AU7684
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde
De rechtbank Breda behandelde een bezwaarschrift ex artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, ingediend door een minderjarige veroordeelde die was veroordeeld voor een strafbaar feit. De veroordeelde was niet aanwezig bij de zitting, maar haar raadsvrouwe voerde aan dat opname in de DNA-databank niet passend was vanwege haar jeugdige leeftijd en medische aandoening.
De rechtbank nam kennis van een eerdere beschikking van de rechtbank Middelburg en stelde vast dat het DNA-profiel van de veroordeelde nog niet was verwerkt. Tevens oordeelde zij dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel relevant is voor opsporing en vervolging, ondanks de behandeling van de veroordeelde en haar verklaring geen nieuwe feiten te zullen plegen.
De rechtbank benadrukte dat alleen de beslissing over het bepalen en verwerken van het DNA-profiel aan de orde is, niet de afname zelf. De regeling is een uitbreiding van bestaande mogelijkheden en waarborgt dat opname in de databank beperkt blijft tot een kleine kring betrokkenen. Er is geen sprake van een stigmatiserend effect of aantasting van de waardigheid en herintegratie van het kind.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en handhaafde het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot DNA-afname bij de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.