ECLI:NL:RBBRE:2006:AV4213
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terbeschikkingstelling pand aan vennootschap bij ontbreken feitelijk gebruik
Belanghebbende had samen met zijn partner een pand aangeschaft met het voornemen dit te gebruiken voor de tandartspraktijk van hun vennootschap. In 2002 werden verbouwingen gestart, maar door een bouwstop en procedures werd het pand niet gebruikt door de vennootschap. Er was geen overeenkomst of vergoeding voor gebruik gesloten.
De Inspecteur kwalificeerde het pand als vermogen in box 3, terwijl belanghebbende stelde dat het pand ter beschikking was gesteld aan de vennootschap en de financieringskosten ten laste van het inkomen uit werk en woning gebracht konden worden. De rechtbank beoordeelde of het pand feitelijk ter beschikking stond, waarbij zij oordeelde dat zonder feitelijk gebruik geen sprake was van terbeschikkingstelling.
Subsidiair stelde belanghebbende dat de verbouwingen namens de vennootschap waren gedaan, maar de rechtbank vond deze verbouwingen algemeen van aard en niet specifiek genoeg om terbeschikkingstelling aan te nemen. Ook het beroep op het winstregime en jurisprudentie werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de fiscale behandeling van het pand als vermogen in box 3 juist was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat het pand niet feitelijk ter beschikking is gesteld aan de vennootschap.