ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5654
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing winst melkquotum en terugwerkende kracht maatschap met BV
Belanghebbende, een melkveehouder, had in 1998 zijn melkquotum verkocht en bracht dit met terugwerkende kracht in een maatschap met zijn echtgenote. Later brachten zij hun onderneming met terugwerkende kracht in een maatschap met een BV. De rechtbank oordeelde dat de winst uit de verkoop van het melkquotum volledig bij de echtgenoot belastbaar is, omdat het niet mogelijk is om met terugwerkende kracht een vermogensbestanddeel in te brengen dat op dat moment al was verkocht.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999, waarbij de winst uit de verkoop van het melkquotum was belast. Ook werd geoordeeld dat het winstrecht en de lijfrente niet aftrekbaar waren zoals voorgesteld, omdat de transacties onzakelijk waren en de BV nog niet bestond bij het aangaan van het winstrecht.
De rechtbank stelde het verlies van belanghebbende voor 1999 vast op fl 8.687 negatief en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat terugwerkende kracht van maatschapsovereenkomsten beperkt is en dat fiscale voordelen niet kunnen worden behaald door kunstmatige constructies zonder zakelijke grondslag.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag inkomstenbelasting 1999 en stelt het verlies van belanghebbende vast op fl 8.687 negatief.