ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0740
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering langdurigheidstoeslag wegens onterecht onderscheid arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiser heeft langdurigheidstoeslag aangevraagd voor de jaren 2004 en 2005, maar deze werd geweigerd omdat hij naast een aanvullende bijstandsuitkering ook een volledige WAO-uitkering ontving en later werd afgeschat naar minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelt vast dat eiser gedurende de referteperiode van 60 maanden een inkomen had dat gelijk was aan of lager dan de bijstandsnorm, maar dat verweerder de aanvraag afwees op grond van het criterium dat geen inkomsten uit of in verband met arbeid mochten zijn ontvangen. Eiser stelde dat dit onderscheid onrechtmatig was en in strijd met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
De rechtbank volgt de Centrale Raad van Beroep in haar oordeel dat het maken van onderscheid tussen personen die een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen en personen die enkel bijstand ontvingen, zonder gerechtvaardigd doel en evenredigheid, onrechtmatig is. Dit betekent dat de voorwaarde van geen inkomsten in verband met arbeid in dit geval buiten toepassing moet worden gelaten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.