ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ2962
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Kosten van zeilbootgebruik voor personeelsbijeenkomsten zijn niet aftrekbaar
Belanghebbende, een BV die een fiscale eenheid vormt met twee dochtermaatschappijen, huurt een zeilboot van een van haar aandeelhouders voor zakelijke doeleinden, waaronder personeelsbijeenkomsten. De inspecteur corrigeerde de aangifte vennootschapsbelasting door de aftrek van kosten voor het gebruik van de zeilboot voor personeelsbijeenkomsten van €3.800 uit te sluiten.
De rechtbank stelt vast dat tijdens de vaartochten met de zeilboot ook privé-genot werd genoten door het personeel, wat betekent dat de kosten niet uitsluitend zakelijke kosten zijn. Dit oordeel is gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2003, waarin is bepaald dat kosten die een privé-element bevatten niet aftrekbaar zijn.
Belanghebbende voerde aan dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werd geschonden, verwijzend naar een antwoord van de Werkgroep Oort, maar de rechtbank wijst dit beroep af omdat de situatie niet vergelijkbaar is met incidenteel gebruik voor representatieve doeleinden zonder privé-genot.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de kosten verbonden aan het gebruik van de zeilboot voor personeelsbijeenkomsten niet aftrekbaar zijn volgens artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB 2001.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de kosten van het gebruik van de zeilboot voor personeelsbijeenkomsten niet aftrekbaar zijn.