ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6161
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek afwaardering lening en garantstelling zustermaatschappij wegens onzakelijke voorwaarden en vermomde winstuitdeling
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, verstrekte tussen 1999 en 2001 een geldlening van ƒ169.130 aan een zustermaatschappij zonder afspraken over terugbetaling of zekerheden. De rente werd niet betaald en een deel van de lening was achtergesteld. Tevens betaalde belanghebbende ƒ28.980 in verband met een garantstelling voor dezelfde zustermaatschappij.
De inspecteur stelde dat de lening onder onzakelijke voorwaarden was verstrekt en dat de garantstelling geen zakelijk motief had, waardoor de afwaardering en de uitgaven niet aftrekbaar waren. De rechtbank oordeelde dat de lening inderdaad onzakelijk was omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de lening op zakelijke gronden was verstrekt, ondanks het ontbreken van voorwaarden.
Ook de garantstelling werd als niet zakelijk beoordeeld, omdat de betaling louter was ingegeven door persoonlijke motieven van de aandeelhouder en geen zakelijk voordeel opleverde. Dit werd gezien als een vermomde uitdeling van winst, waardoor aftrek niet mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees de aftrek van de afwaardering en de garantstellingskosten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wees de aftrek van de afwaardering van de lening en de garantstellingskosten af wegens onzakelijke voorwaarden en vermomde winstuitdeling.