ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0748
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen herinvesteringsreserve bij verkoop melkquotum en toetreding BV tot maatschap
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteerden een melkveebedrijf in maatschapsverband en verkochten in 2001 hun melkquotum aan een derde. In 2002 richtten zij een BV op die per 1 januari 2003 tot de maatschap toetrad. Belanghebbende claimde aftrek van lijfrentepremie gebaseerd op de vrijval van een herinvesteringsreserve.
De rechtbank stelt vast dat de verkoop van het melkquotum leidt tot het materieel staken van de onderneming, waardoor geen herinvesteringsreserve kan worden gevormd. Ook al zou er sprake zijn van een voornemen tot herinvestering, dit leidt niet tot het gewenste resultaat omdat niet de onderneming maar slechts de opbrengst van het melkquotum aan de BV is ingebracht.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de aftrek van lijfrentepremie niet aan de orde is. De rechtbank benadrukt dat zij de wet niet kan toetsen aan billijkheid en redelijkheid, waardoor begrip voor de situatie niet tot een ander oordeel leidt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de verkoop van het melkquotum leidt tot staking van de onderneming en geen herinvesteringsreserve kan worden gevormd.