ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1073
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- J.J.J. Engel
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vergrijpboete bij onjuiste belastingaangifte wegens gebrek aan opzet
Belanghebbende, exploitant van een makelaars- en hypotheekbemiddelingsbedrijf, bracht in 2001 zijn onderneming in een besloten vennootschap in en deed vervolgens een onjuiste aangifte inkomstenbelasting door geen melding te maken van de stakingswinst. De inspecteur corrigeerde de aangifte en legde een vergrijpboete van 50% van de nagevorderde belasting op wegens vermeende opzet.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en boete, waarna de inspecteur de aanslag verlaagde maar de boete handhaafde. In de beroepsprocedure stelde belanghebbende dat hij onvoldoende fiscale kennis had en dat de fout te wijten was aan onzorgvuldigheid, niet aan opzet. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor (voorwaardelijke) opzet, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006.
De rechtbank nam de verklaring van de boekhouder mee, die aangaf de fout niet te hebben onderkend en dat het vooraf ondertekende aangiftebiljet onderdeel was van de normale werkwijze. De rechtbank kwalificeerde het gedrag van belanghebbende hooguit als grove schuld, onvoldoende voor het opleggen van een vergrijpboete.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikking, verlaagde de aanslag tot het juiste bedrag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak in het openbaar gedaan op 12 juli 2007.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs van opzet.