ECLI:NL:RBBRE:2007:BC4499
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding delen Handboek Carrouselfraude op grond van artikel 8:29 Awb
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de geheimhouding van het Handboek Carrouselfraude, opgesteld door de Belastingdienst. De inspecteur stelde dat het handboek niet geheel of gedeeltelijk hoefde te worden overgelegd aan belanghebbende, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De meervoudige kamer had reeds geoordeeld dat het handboek een op de zaak betrekking hebbend stuk is in de zin van artikel 8:42 Awb Pro. De enkelvoudige belastingkamer moest vervolgens beoordelen of en welke delen van het handboek geheim mochten blijven. De rechtbank oordeelde dat volledige geheimhouding niet gerechtvaardigd was, maar dat delen van het handboek, waaronder hoofdstukken 2 tot en met 4, bepaalde bijlagen en passages uit hoofdstukken 6.1 en 8, vanwege gewichtige redenen geheim mochten blijven.
De rechtbank motiveerde dat geheimhouding noodzakelijk is ter bescherming van de controle- en controlestrategieën van de Belastingdienst, de privacy van medewerkers en derden, en de procespositie van de inspecteur. Namen van medewerkers moesten geanonimiseerd worden. De rechtbank vond het gerechtvaardigd dat de inspecteur zijn geheimhoudingsargumenten ook buiten aanwezigheid van de gemachtigde kon toelichten, zonder dat dit in strijd was met hoor en wederhoor of equality of arms.
De rechtbank legde een termijn van vier weken op voor toezending van het geanonimiseerde handboek aan belanghebbende en verwees de zaak terug naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling. Rechtsmiddelen tegen deze tussenuitspraak zijn uitgesloten.
Uitkomst: Delen van het Handboek Carrouselfraude mogen geheim blijven vanwege gewichtige redenen, met geanonimiseerde inzage voor belanghebbende.