ECLI:NL:RBBRE:2008:BC9159
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongeoorloofde belemmering aftrek lijfrentepremies bij buitenlandse verzekeraar volgens EU-recht
Belanghebbende, een in Nederland wonende en werkzame medisch specialist, had een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering (AO-verzekering) afgesloten bij een in Duitsland gevestigde verzekeraar. De inspecteur weigerde de aftrek van de betaalde premies voor deze verzekering in het kader van de inkomstenbelasting 2003, omdat de verzekeraar niet in Nederland gevestigd was.
De rechtbank oordeelde dat deze weigering een belemmering vormt van het in artikel 49 van Pro het EU-verdrag verankerde vrije verkeer van diensten. De inspecteur stelde dat de regeling gerechtvaardigd was vanwege de samenhang tussen aftrekbaarheid van premies en belastbaarheid van uitkeringen en vanwege controleerbaarheid en informatievoorziening. De rechtbank verwierp deze rechtvaardigingen, mede op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap.
De rechtbank wees erop dat op grond van Europese richtlijnen en belastingverdragen voldoende mogelijkheden bestaan voor informatie-uitwisseling en controle, zodat deze belangen de belemmering niet rechtvaardigen. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en laat de premies voor de buitenlandse AO-verzekering aftrekken.