ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5938
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betekeningkosten bij dwangbevel in belastinginvordering
Belanghebbende ontving een dwangbevel met daarin betekeningkosten van €10.151 wegens niet-betaling van een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen. De rechtbank beoordeelde of deze kosten terecht in rekening zijn gebracht en of dit in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat de ontvanger in redelijkheid tot betekening van het dwangbevel kon overgaan, aangezien geen verzoek om uitstel van betaling was ingediend en belanghebbende niet tijdig had gereageerd op de aanslag en aanmaning. De rechtbank verwierp het verweer dat de kosten een strafkarakter dragen, omdat belanghebbende onvoldoende feiten aannemelijk had gemaakt die dit zouden ondersteunen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een tarief dat niet alleen de daadwerkelijke kosten dekt, maar ook een betalingsprikkel vormt, en dat dit niet onredelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de betekeningkosten terecht zijn opgelegd.