ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5940
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Toerekening bijtelling privégebruik auto aan meerdere dienstbetrekkingen bij directeur met buitenlandse werkgever
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van zowel een Nederlandse B.V. als een Duitse GmbH, kreeg een auto ter beschikking gesteld door de GmbH. De auto werd ook zakelijk gebruikt voor de B.V. op basis van een vergoedingsovereenkomst tussen de GmbH en de B.V. De inspecteur rekende de bijtelling voor privégebruik volledig toe aan de dienstbetrekking met de B.V., wat belanghebbende betwistte.
De rechtbank stelde vast dat de auto mede namens de B.V. ter beschikking werd gesteld en dat het privégebruik niet was beperkt tot minder dan 500 kilometer per jaar, omdat belanghebbende geen kilometeradministratie had bijgehouden. Daarom moest het voordeel van privégebruik worden toegerekend aan beide dienstbetrekkingen naar rato van het brutosalaris.
Belanghebbendes bezwaar dat Nederland de heffingsbevoegdheid eenzijdig uitbreidt werd verworpen, omdat het belastingverdrag met Duitsland Nederland deze bevoegdheid toekent. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag conform het standpunt van de inspecteur en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat bijtelling bij meerdere werkgevers proportioneel moet worden verdeeld en dat het totale privégebruik bepalend is, ongeacht de landsgrenzen waarbinnen de auto wordt gebruikt.
Uitkomst: De bijtelling voor privégebruik van de auto wordt naar rato van het brutosalaris toegerekend aan beide dienstbetrekkingen en de aanslag wordt verminderd.