ECLI:NL:HR:1996:AA1723
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Vermogensvoordeel auto toerekening bij meerdere dienstbetrekkingen en dubbele belasting
Belanghebbende, woonachtig in Nederland in 1991, was werkzaam in dienstbetrekking bij een Nederlandse BV en een Duitse GmbH. Hij kreeg van de BV een auto ter beschikking die hij ook gebruikte voor werkzaamheden in Duitsland bij de GmbH. De Inspecteur nam het voordeel van privégebruik van de auto volledig toe aan de BV in de belastingaanslag, terwijl belanghebbende een evenredig deel wilde toerekenen aan de GmbH op grond van het belastingverdrag.
Het Hof bevestigde de aanslag en oordeelde dat het voordeel uitsluitend uit de dienstbetrekking bij de BV voortkwam. Belanghebbende stelde in cassatie dat het voordeel naar rato van de salarissen aan beide dienstbetrekkingen moest worden toegerekend. De Hoge Raad overweegt dat bij gebruik van een zaak door een werknemer die in meerdere dienstbetrekkingen werkt, het voordeel naar rato van het salaris moet worden toegerekend, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De Hoge Raad constateert dat het Hof niet heeft onderzocht of de auto mede namens de GmbH ter beschikking is gesteld en dat het enkele feit dat de arbeidsovereenkomst met de GmbH geen autoverstrekking bevat, dit niet uitsluit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het Hof Arnhem.